7 bedenkingen bij de nieuwe jeugdwet

robert vermeiren behandeling jeugdwet jggz

Prof. Dr. Robert Vermeiren

“De gemeenten snappen het niet”, zegt hoogleraar en directeur Kinder-en Jeugdpsychiatrie van Curium LUMC, Universiteit Leiden en het VUMC. “Ze snappen niet dat kinderpsychiaters niet staan te springen om bij hen te mogen. Bizar. Dé uitgelezen kans om zich te bevrijden van het juk der zorgverzekeraars. Gedáán met de terreur van een arbeidsintensief bekostigingssysteem. Ik moet toegeven, soms snap ik het zelf ook niet. De transitie jeugdzorg, die ook de kinderpsychiatrie onder de gemeenten zou brengen, zou veel wrevel kunnen wegwerken”.

Jeugdwet ten goede veranderd

Aan de huidige versie van de jeugdwet is volgens de hoogleraar echter veel ten goede veranderd, met name dankzij aanhoudende acties van ouders en professionals. “Het medische karakter van de kinderpsychiatrie wordt verzekerd. Voor medische handelingen blijft uiteindelijk toch de wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO) gelden, waardoor het beroepsgeheim gehandhaafd wordt. De huisarts en medisch specialist mogen doorverwijzen. Al deze aanpassingen tezamen maken de kinderpsychiatrie in feite een stuk gezondheidszorg bij de gemeente.”

Argumenten tegen Jeugdwet

Desondanks blijft hij tegenstander van de nieuwe jeugdwet. Daarvoor draagt hij zeven hoofdredenen aan:

  1. Reorganiseren en tegelijk 15% bezuinigen is onhaalbaar. Denemarken toonde eerder al dat een decentralisatie eerst geld kost. Pas later komen de baten. Door fouten in de berekening van budgetten is de korting in sommige regio’s bovendien veel hoger, oplopend tot 25-30%.
  2. Voor specialistische zorg is de operatie verspilling. Voor financiering gaat men opnieuw bovenregionale en landelijke bestuurslagen inrichten. Men creëert aldus opnieuw wat al bestaat.
  3. De transitie is één groot experiment. De onderliggende principes van vroeginterventie, laagdrempligheid, eigen kracht en integrale hulp zijn prachtig. De uitwerking naar wijk- en buurtteams is wankel. Recent onderzoek toont dat deze teams uitblinken in vaagheid. Het is dus onwaarschijnlijk dat zij de ‘voordeur functie’ voor de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) adequaat zullen kunnen oppakken.
  4. Er ontstaat een kloof tussen gemeentelijke kinderpsychiatrie en zorgverzekerde kindergeneeskunde en volwassenenpsychiatrie. Integrale behandeling van kinderpsychiatrische-kindergeneeskundige ziekten zoals delier (toestand van verwardheid) en anorexia zal gehinderd worden. Door het financieringsschot op 18 jarige leeftijd zal continuïteit van zorg naar volwassenheid belemmerd worden. Gemeenten en zorgverzekeraars hanteren immers een heel ander inkoopbeleid.
  5. Er komt een schot tussen huisarts, zorgverzekeringswet (Zvw) en kinderpsychiatrie (gemeente): terwijl de huisarts door velen gezien wordt als spil in het geheel.
  6. Privacy en beroepsgeheim komen ondanks wettelijke garanties in het gedrang. In het kader van integrale samenwerking binnen wijkteams wordt verwacht dat GGZ-medewerkers gegevens delen, wat kan wringen met het beroepsgeheim. Voor financiële verantwoording zullen gegevens moeten geleverd worden aan gemeenten. Of bij (kleine) gemeenten adequaat anonimiseren mogelijk is, is onzeker. Voor bijzondere uitgaven moet de gemeente over specifieke gezinnen toestemming gevraagd worden. De kans is reëel dat de ambtenaar datzelfde gezin kent.
  7. Veel is niet geregeld. Waar moet een in het buitenland wonend maar in Nederland werkend en verzekerd gezin terecht voor kinderpsychiatrie voor de kinderen? Of het Nederlandse gezin dat tijdelijk onbetaald naar het buitenland gaat?

Deense decentralisatie

Vermeiren bepleit als alternatief een decentralisatie naar Deens model. “Een decentralisatie met visie, zoals in Denemarken, daar ben ik voor. Daar heeft men ineens de hele gezondheidszorg aangepakt. Gemeenten organiseren de basiszorg en doen dat ook in financieel opzicht. De regio’s organiseren de gespecialiseerde zorg, die landelijk bekostigd wordt”. Voorafgaand aan de decentralisatie die in het Scandinavische land plaatsvond, heeft men echter eerst gemeenten en regio’s gereorganiseerd, zodat die groot genoeg waren. Van meer dan 200 gemeenten is men in Denemarken naar 98 overgegaan. “Daarnaast zijn landelijke kaders gesteld, zodat niet elke gemeente het wiel ging uitvinden. En niet onbelangrijk, er is geïnvesteerd. Want reorganiseren en bezuinigingen tegelijk staat garant voor een fiasco.”

Behandeling jeugdwet

Op dit moment ligt de jeugdwet bij de Eerste Kamer, waar op 11 februari de plenaire behandeling plaatsvindt. Vermeiren hoopt dan ook dat de senaat een Deense variant wil overwegen. “Een grondige, doordachte operatie met als doel de zorg duurzaam te verbeteren, want met een jeugdwet die bezuinigen als hoofddoel heeft, zullen we dat niet bereiken. Het is een stap terug. Ik werk graag mee aan een stap vooruit. Aan een duurzaam plan. Want ook ik ben ervan overtuigd dat een groot deel van wat nu verzekerde zorg is, op het niveau van de gemeente beter op zijn plaats is. Dichtbij wat kan, dat zou het streven moeten zijn.”

Tenslotte roept hij iedereen op de petitie ‘Zorg over de (jeugd-ggz) Zorg’ te ondertekenen:

Teken ook de petitie ‘Zorg over de (jeugd-ggz) Zorg’

Interessant artikel? Blijf op de hoogte door u aan te melden voor onze gratis nieuwsbrief.

Een gedachte over “7 bedenkingen bij de nieuwe jeugdwet

  1. Pingback: 7 bedenkingen bij de nieuwe jeugdwet - De wijk ...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *